Trainen, maar waarvoor?

357
Aanvoerder van Heren 1, Sven Hoogenboezem, heeft volop tijd om het gras te maaien: “Het is lastig om de focus op voetbal vast te houden, maar je moet het ook niet te groot maken. Er zijn ergere dingen.”

Het amateurvoetbal ligt al maanden stil. De aangepaste trainingen gaan door, maar het is lastig om de motivatie vast te houden. Dat merken Sven Hoogenboezem en Manon Roosjen, de aanvoerders van respectievelijk het eerste heren- en vrouwenelftal van SV Epe.

Beide teams maakten een goede seizoenstart, maar zagen daarna alleen nog het trainingsveld. Sven: “Vorig seizoen gingen we richting kampioenschap toen de competitie werd stilgelegd. Dat was natuurlijk een domper. Er is niks mooier dan een echt kampioenschap vieren. Dat wil je graag samen met de supporters doen. We zijn wel gepromoveerd, dus dat is nog een schrale troost.” Dit seizoen begon het elftal onder leiding van trainer Martijn de Haas goed in de 2e klasse K (Noord) met 7 punten uit drie wedstrijden, toen ‘corona’ opnieuw roet in het eten gooide. “We waren mooi op weg”, vertelt Sven. “We hebben een goed team met evenwicht tussen jong en oud. We hebben meerdere spelers die al jaren in het eerste elftal spelen en dat lijkt zich nu uit te betalen. In het verleden verloren we nog wel eens door onervarenheid. We zijn nu wat slimmer. Het hoeft niet altijd mooi en als er een keer geknokt moet worden, dan kunnen we dat ook. Als de competitie weer van start gaat, durf ik wel te zeggen dat we minimaal voor een periodetitel gaan.”

Aanvoerder Vrouwen 1, Manon Roosjen, haalt af en toe de mountainbike uit de schuur om de conditie op peil te houden.

Rasvoetballers
Een soortgelijk verhaal vertelt Manon. Ook dit team promoveerde aan het eind van het vorig seizoen al was de kans op het kampioenschap niet zo duidelijk aanwezig als bij de mannen. Op het moment dat in maart het coronavirus uitbrak was Vrouwen 1 samen met Genemuiden in een spannende strijd om het kampioenschap verwikkeld. De KNVB liet SV Epe promoveren, waardoor Epe 1 nu uitkomt in de 1e klasse B. “De eerste vier wedstrijden hebben we 10 punten gehaald. We staan daarmee op de tweede plek, dus we hebben een goede start gemaakt“, vertelt Manon, die niet verrast is dat het team het ook een klasse hoger goed doet. “We speelden in de oefenwedstrijden tegen Hoofdklassers en in de beker werden we ingedeeld tegen teams uit de 1e klasse, de Hoofdklasse en de Topklasse. Tegen die teams deden we het ook goed. Bovendien hebben we dit seizoen versterking gekregen van een paar meiden van WZC. Dat zijn echte rasvoetbalsters. Ze zijn een waardevolle aanvulling”, zegt Manon, die wat betreft sportieve voorspelling niet zo ver durft te gaan als Sven. “Een plek in de middenmoot zou mooi zijn. We zijn de afgelopen 4 jaar drie keer gepromoveerd. Het kan niet altijd feest zijn.”

Kleedkamerhumor
Maar kampioenschappen en periodetitels lijken nog ver weg. De teams trainen nu al een tijdje in aangepaste vorm. Manon: “We trainen wel als team, maar steeds in kleine groepjes van maximaal vier. Dat is minder intensief en ook minder leuk, maar ik ben alweer blij dat we op het veld staan. Nu zien we elkaar in ieder geval. We hebben ook een tijdje helemaal stilgelegen. Je mist op die momenten de sociale contacten wel heel erg. Toen we weer begonnen, werd er de eerste trainingen ook meer gekletst dan getraind. Dat maakt dit team ook zo leuk. We zijn heel divers en iedereen heeft z’n eigen verhaal, er is nooit ‘gedoe’, iets wat best opmerkelijk is bij meidenteams. We kletsen veel, maar in het veld knokken we voor elkaar. Maar trainen zonder wedstrijden is lastig. Soms denk je wel ‘Waar doe ik het voor?’”

Ik mis de gezelligheid en de kleedkamerhumor

Ook Sven erkent dat het lastig is om gemotiveerd te blijven. “De staf doet er alles aan om het leuk te maken. Ze zijn heel creatief met de oefenstof. We trainen bijvoorbeeld in twee- of viertallen en er komen allerlei leuke oefenvormen voorbij, maar ik kan niet ontkennen dat ik de gezelligheid en de kleedkamerhumor mis. Je komt nu 3 minuten voor aanvang van de training, trekt je schoenen aan, doet je ding en gaat na afloop direct weer naar huis.”

Bezig blijven
Vervelen hoeft hij zich in ieder geval niet, want naast actief voetballen traint Sven het U13-2 team en is hij lid van de Voetbaltechnische Commissie, waarbij hij de ontwikkelingen van de jeugdspelers in de U17- en U19-categorie volgt. “Ik zie het ook bij de jeugdspelers. Die vinden het eveneens lastig om de motivatie vast te houden. Ze ontdekken nu ook dat er andere dingen zijn op zaterdagmiddag, bijvoorbeeld een bijbaantje, waarmee je wat geld kunt verdienen. Ik vind overigens wel dat de vereniging het goed oppakt. Er worden allerlei activiteiten georganiseerd, dus er gebeurt nog wel steeds van alles, maar het liefst wil je natuurlijk gewoon op het veld staan.”

En terwijl Sven zijn conditie op peil houdt met de wekelijkse dinsdag- en donderdagavond op het veld, doet Manon nog een paar stapjes extra. “Naast de voetbaltraining ga ik drie tot vier keer per week naar de sportschool en in het weekend pak ik af en toe de racefiets. Maar samen trainen en een balletje trappen is zoveel leuker, zeker als je op dat moment weer kunt uitkijken naar de volgende wedstrijd.”

(Dit interview werd kort voor de lockdownmaatregelen van 14 december jongstleden gehouden)

Tekst en foto’s: Gerrit Tenkink