Toos Huiskamp: ‘Ik ben een mensen-mens’

147
“Ik vind het zó jammer dat de braderie dit jaar niet kan doorgaan.”

Toos Huiskamp is sinds jaar en dag als vrijwilliger betrokken bij de braderie, die Epe op de vrijdagavonden in de zomer altijd weer tot een ware toeristische trekpleister maakt. Als gevolg van de coronacrisis gaat het evenement dit jaar niet door. “Dat vind ik vreselijk”, zegt Toos. “Vooral voor alle Eper ondernemers.”

Wat vind je het leukste onderdeel van de jaarlijkse braderie?
“De kleedjesmarkt. Ik ben er al jaren bij betrokken. Het was echt het kindje van mijn man Johan. Sinds hij overleden is, organiseer ik dit onderdeel van de braderie. Samen met veel anderen natuurlijk! Het begint al op donderdag, wanneer mensen zich bij ’t Snoepie kunnen inschrijven. Het is heel leuk om dit onderdeel van de braderie samen met anderen te kunnen verzorgen. Ik vind het zó jammer dat de braderie dit jaar niet kan doorgaan…”

Wat is het mooiste plekje in Epe?
“De Grote Kerk. Ik ben er ambtsdrager. Als diaken doe ik van alles. Ik zit bijvoorbeeld in de Kerkenraad, de Jeugdraad, ZWO en nog veel meer. Ook ga ik jaarlijks met een groep ouderen naar Doorn, zodat deze mensen een mooie vakantie kunnen hebben. Het gaat erom dat je anderen helpt. Dat vind ik het allerbelangrijkste in het leven.”

Wat is je favoriete vrijetijdsbesteding?
Toos begint te lachen. “Mensen helpen. Dat is echt wat ik het allerliefst doe! Ik ben een mensen-mens. Ik vind dat je altijd moet proberen een ander te helpen, want alleen begin je helemaal niks. En als het met de ander goed gaat, dan gaat het met jezelf ook goed.”

Wat is je grootste ergernis?
“Oneerlijkheid. Dat vind ik vreselijk. En ik heb ook een hekel aan van die bazige types die denken dat ze altijd alles beter weten. Voor mij is iedereen gelijk. En alleen samen kun je iets bereiken.”

Wat mis je in Epe?
“Dat weet ik niet. En eigenlijk vind ik ook dat ik niet het recht heb om dat te zeggen. Ondernemers en veel anderen doen erg hun best om van Epe een mooi dorp te maken. Dan wil ik niet gaan zeuren over iets wat ik mis. We hebben een mooi dorp, waar we trots op kunnen zijn.”

Tekst en foto: Henk-Jan Hoekjen