De oudste stem van het dorp

619

De oudste ‘stem’ van het dorp is nog veel ouder dan men dacht. De Theodericusklok in de Grote of Sint Maartenskerk te Epe is de enige klok van de vier die de klokkenroof door de Duitsers uit 1943 ‘overleefde’. Tot voor kort werd aangenomen dat de klok uit 1501 stamt. In het half maart te verschijnen boek ‘De oudste stem van het dorp’ van Jan van Zellem toont de auteur aan dat deze klok stamt uit de tweede helft van de 13e eeuw, waarschijnlijk tussen 1225 en 1300. Daarmee is de Theodericusklok prompt een van de oudste van het land en de oudste op de Veluwe.

De gietdatum van de ‘Theodericus’ werd in 1968 op 1501 gesteld. Van Zellem beschrijft in zijn boek dat deze datering op een verkeerde interpretatie van het opschrift berust en de klok van veel oudere datum is. De veronderstelling dat de oudste nog bestaande klokken op de Veluwe pas uit de 15e eeuw dateren (Hattem 1455 en Ermelo 1459), zal moeten worden herzien.

Het had trouwens niet veel gescheeld of de Theodericusklok had anno 2019 in Friesland zijn klanken laten horen. In 1951 werd de klok verkocht. In de notulen van de vergadering van kerkvoogden en notabelen op 6 november 1951 is het volgende te lezen: ‘De voorzitter deelt mede dat het automatische luiden van de overige klokken in de toren ongeveer f 1000 zal kosten. We hebben echter in de toren een voor ons waardeloze klok hangen, die ongeveer f 1200 kan opbrengen. Hij wil deze klok verkopen en daar de luidinstallatie van betalen. Aldus werd besloten’. De Theodericusklok maakte meer avonturen mee: zo vorderden de Duitsers in 1943 alle klokken uit de Eper kerktoren, in wat bekend is gebleven als ‘de klokkenroof’. U leest er alles over in ‘De oudste stem van het dorp’.

Verrassende resultaten
Epenaar drs. ing. Jan van Zellem (Schiedam 1928) publiceerde in 2010 het boek ‘Dit huis van hout en steen. Bouwhistorie en interieurgeschiedenis van de Grote of Sint Maartenskerk te Epe’. In 2016 volgde ‘Kerkbouw in de Middeleeuwen, toegepast op de Grote of Sint Maartenskerk te Epe’. In zijn nieuwste boek ‘De oudste stem van het dorp’ gaat alle aandacht uit naar de Theodericusklok. Na een korte beschouwing over de oorsprong van de luidklokken wordt de geschiedenis van de klokken in de Grote Kerk in Epe, in het bijzonder die van de Theodericusklok, besproken. Een uitgebreid onderzoek naar de herkomst van deze klok leidt tot verrassende resultaten

In het eerste hoofdstuk wordt de oorsprong van de klokken en hun weg naar Europa in samenhang met de kerstening besproken. Hoofdstuk twee behandelt de geschiedenis van de kerkklokken van de Grote Kerk in Epe tot 1943, het jaar van de klokkenroof. Hoofdstuk drie beschrijft de vordering van klokken in Nederland en het al eeuwenoude gebruik van de klokkenvordering in tijden van oorlog. De klokkenroof in Epe wordt behandeld in hoofdstuk vier. Daarna volgt in hoofdstuk vijf de geschiedenis van de klokken na 1943. In hoofdstuk zes wordt de enig overgebleven oude klok, de Theodericusklok, besproken: het model van de klok, de betekenis van het randschrift en de datering van de letters van het randschrift. Hoofdstuk zeven toont hoe de klokken in de klokkenstoel worden opgehangen, de klank van de klokken, die van de Theodericusklok in het bijzonder. Tenslotte staat hoofdstuk 8 stil bij het fenomeen dat klokgelui een historische sensatie kan oproepen en in moeilijke omstandigheden voor velen een teken van hoop kan betekenen.

De Theodericusklok heeft een nog oudere ‘stem’ dan tot nog toe bekend was.

Interpretatie
Jan van Zellem: “In het najaar van 2017 kwam bij mij de vraag op of de interpretatie van het randschrift van de Theodericusklok die sinds 1968 gangbaar was wel de juiste was. Op grond van die interpretatie zou de klok uit 1501 dateren. De eerste stap was de juiste vertaling van het randschrift te bepalen en de ouderdom van de klok opnieuw te onderzoeken. Dit randschrift bleek: Bertradis: Theodericus te zijn.”
Vervolgens onderzocht Van Zellem wie achter deze namen schuil gaan. Bovendien onderzocht hij, met behulp van de epigrafie (opschriftkunde) de ouderdom van de klok. “Nu, bijna 2 jaar later, hebben de verschillende puzzelstukjes een beeld gevormd op grond waarvan we met een grote mate van waarschijnlijkheid kunnen stellen dat de Theodericusklok uit de tweede helft van de 13e eeuw stamt en er een relatie met het echtpaar Bertradis van Meurs en Theodericus van Keppel bestaat.” De voornamen van dit echtpaar staan als randschrift op de klok en zouden de schenkers van deze klok kunnen zijn. De vraag rijst: wat had de familie Van Keppel met Epe te maken? Ook dat wordt in het boek uit de doeken gedaan.


Specialisten
Een ‘legertje’ specialisten hielp de aimabele schrijver van het boek: onder hen erfgoedspecialist Marco Blokhuis van het Museum Catharijneconvent te Utrecht, Rainer Schütte, conservator van twee vooraanstaande klokkenmusea in Nederland en Duitsland, randschriftspecialist dr. Venner uit Maastricht, Leander Schoormans, secretaris van Werkgroep de Torenklok, Johan van de Hurk van het Utrechts Klokkenluiders Gilde en dr. Elly van Loon-van de Moosdijk te Asten. En ook streekarchivaris Gerrit Kouwenhoven was behulpzaam bij het raadplegen van archiefstukken.

Jan van Zellem: “Het is een merkwaardige ervaring dat, als wij nu de klanken van de Theodericusklok horen, we beseffen dat dorpelingen in Epe zo’n 700 jaar geleden dezelfde klanken hebben gehoord.”

Tekst: Ton Brands
Portretfoto: Jeannette van Zellem-Snijders.
Foto Theodericusklok: Martin Hogeboom