Jaap Bredewoud breit erop los

401
Epenaar Jaap Bredewoud breit jaarlijks driehonderd paar sokken.

Vraag aan Jaap Bredewoud iets te vertellen over sokken breien en voordat je het weet ben je een paar uur verder. “Ik begin iedere ochtend om zes uur en ’s avonds heb ik bijna een paar af. Het laatste stukje doe ik dan de volgende dag. Zes paar per week en bijna het hele jaar rond. Ik vind het helemaal geweldig.”

Jaap leerde het sokken breien van zijn moeder. “Als kleine jongen vond ik het zo’n mooi geluid. Dat getik van de naalden bij de kachel en dan ’s avonds Swiebertje kijken. Ik dacht: ‘Dat wil ik ook leren.’. Mijn vader vond het niks, ‘Vrouwenwerk’, maar mijn moeder vond het wel een goed idee. In het begin breide in met tapijtgaren. Dat kwam allemaal uit Genemuiden. IJzersterk en het kon niet verslijten, maar het was net schuurpapier. Je hoefde in ieder geval nooit naar de pedicure, want met die sokken had je nooit eelt aan de voeten. Ik verkocht de sokken altijd op de markt in IJhorst. Ze gingen als zoete broodjes. Mensen stonden in de rij. Later ben ik op Noorse wol overgegaan. Daar brei ik ook nu nog al mijn sokken mee.”

Jaap begint ’s ochtends om 6.00 uur met het opzetten van de boord. Twee recht twee averecht.

Zes uur
“Als ik wakker ben ga ik uit bed, meestal een uur of zes, en dan begin ik met het opzetten van de boord, twee recht twee averecht, want daarmee sluit je mooi om de benen. De boord maak ik in de loop van de ochtend af. Na het eten koken zet ik de hak-lap erop en de kleine hiel erin. Het voorstuk tot aan de teen is een uurtje werk. Zes paar sokken in de week. Bijna één paar per dag. ’s Avonds brei ik de lichte sokken af en ’s ochtends de donkere. Anders kan ik het niet zien”, zegt de 80-jarige Epenaar, die er direct aan toevoegt dat hij ook wel eens een dagje op pad gaat. “Maar vaak gaan de wol en de pennen dan ook mee. Als het weer wat beter wordt, ga ik naar de Schaapskooi. Daar ga ik dan zitten breien. En uiteraard neem ik dan ook sokken mee voor de verkoop. Er zijn altijd wel toeristen die er wat willen kopen.”

“Ik breide ook kindersokjes, maar dat doe ik niet meer.
Veel te veel gedoe.”

Afwijkende maten
Groot, klein, kniekousen, dikke sokken voor in de klompen of de laarzen, doopsokjes voor baby’s, met gerstekorrel of kabel en dunne sokken ‘voor in de zondagse schoenen’; Jaap breit ze allemaal. “Maar het mooist vind ik de afwijkende maten. Een tijd geleden kwam een vrouw bij mij aan de deur. Haar man had een heel dikke voet en gewone sokken knelden zijn voet af. Ze had een patroon met maten bij zich. Ik heb eerst één paar gebreid en tussentijds ben ik nog een paar keer naar deze mensen toe gegaan om te passen. Uiteindelijk waren de sokken klaar en ze pasten perfect. Ze waren zoooo blij. Kijk, daar doe ik het voor.”

“Als ik ooit dood ga, wil ik graag dat alle sokken die hier nog op voorraad liggen naar Kika gaan.”

Ambacht
Zonder overdrijven kan het sokken breien een ambacht genoemd worden. En wel een uitstervend ambacht, want er zijn maar weinig mensen die de kunst van het sokken breien onder de knie krijgen. En Jaap kan het weten, want hij heeft tientallen aanvragen gehad van vrouwen die het van hem wilden leren. “Van die honderd vrouwen zijn er maar tien die het echt onder de knie krijgen. En als je het aan iemand wilt leren, moet je altijd naast elkaar zitten, zodat de één de ander na kan doen. Tegenover elkaar zitten gaat niet, dan ben je de draad zo kwijt.”In de pauze, in de schaftkeet, zat ik ook gewoon te breien.

In de pauze, in de schaftkeet, zat ik ook gewoon te breien

Schaftkeet
Dat sokken breien vooral vroeger werd bestempeld als vrouwenwerk heeft Jaap er nooit van weerhouden zijn hobby uit te oefenen. Hij werkte het grootste deel van zijn werkzame leven in de bouw of in het grondverzet, een typische mannenwereld. “Ik kreeg wel eens een opmerking en in het begin moesten ze er wel om lachen, maar over het algemeen vond iedereen het geweldig. Het interesseerde me ook niet wat ze er van vonden. In de pauze, in de schaftkeet, zat ik ook gewoon te breien. Op een gegeven moment was ik mijn pennen kwijt. Collega’s maakten van lasdraad een paar nieuwe. Puntje eraan en ik kon weer verder.”

“’s Avonds brei ik de lichte sokken af en ’s ochtends de donkere. Anders kan ik het niet zien.”

Kika
Om het geld is het in ieder geval niet te doen, vertelt Jaap. “Mijn sokken kosten € 9 per paar. Ik brei zes paar per week. Vijf paar om de kosten te dekken. Het zesde paar levert de winst. Dus je kunt wel uitrekenen wat ik er aan verdien. Maar daar gaat het me ook niet om. Wat ik veel belangrijker vind, is dat de voorraad niet groter wordt. Nu er geen markten en braderieën zijn, is het lastiger om te verkopen. Ik heb nu vijfhonderd paar op voorraad, want ik wil dat mensen wat te kiezen hebben, en dat moet niet meer worden. Het komt er op neer dat ik steeds vijf tot zes paar sokken moet verkopen, want stoppen met breien, dat kan ik niet”, zegt Jaap. Hij wil er niet aan denken dat hij ooit de breipennen moet opbergen. “Er is wel eens een dag dat ik last heb van mijn arm, maar dan doe ik gewoon een paar dagen rustig aan en dan gaat het vanzelf over. Nee, ik zou niet weten wat ik anders moet doen. Ik ben nu 80 jaar, dus ik weet ook dat ik mijn langste tijd heb gehad. En als ik ooit dood ga, dan wil ik graag dat alle sokken die hier nog op voorraad liggen naar Kika gaan.”

 Ook geïnteresseerd in de sokken van Jaap? Bel voor een afspraak: 06 – 13 52 54 51.

Rekensom
Voor één paar sokken gebruikt Jaap gemiddeld één bol wol van 330 meter lengte. Hij breit ongeveer driehonderd paar sokken per jaar. Dat betekent ongeveer 99.000 meter per jaar, zeg maar van Epe naar Amsterdam. Onlangs rekende hij uit dat hij tot op heden een kleine vijfduizend paar sokken heeft gebreid, in totaal dus 5.000 x 330 meter = 16.500 kilometer. Daarmee is hij, gerekend vanaf Epe, ruim voorbij Kaapstad, het meest zuidelijke puntje van Afrika. 

Tekst en foto’s: Gerrit Tenkink