Marije Brummel boordevol ambitie

189

Marije Brummel begon haar voetbalcarrière bij VV Emst en was daar lange tijd het enige meisje. Ze bleek getalenteerd en kwam zelfs 29 keer uit voor het Nederlands Elftal. Momenteel voetbalt de oud-inwoner van Emst voor het vierde achtereenvolgende jaar bij het Noorse IL Sandviken en is ze tegelijkertijd trainer van het damesteam van Fana, de ploeg die uitkomt in de Derde Divisie in Noorwegen.

“Op m’n 8e ben ik begonnen met voetballen bij VV Emst. Toen Arie Post me zag spelen bij een oefenwedstrijd tegen een VV Emst jeugdteam met het schoolvoetbalteam vond hij dat ik talent had en zorgde hij ervoor dat ik bij VV Emst ging voetballen. Op mijn vijftiende maakte ik de overstap naar het vrouwenteam van SC Klarenbeek. Daarna heb ik bij VV Saestum en Be Quick ’28 gespeeld tot in 2007 de Eredivisie van start ging. Het eerste jaar speelde ik bij FC Twente, daarna 3 jaar bij SC Heerenveen, 1 jaar bij PSV/FCE en 1 jaar bij PEC Zwolle.”

Om vervolgens ook uit te komen voor het Nederlands elftal.
“Klopt. Ik heb vanaf mijn elfde bij verschillende KNVB-selecties gespeeld tot ik op mijn 21e mijn debuut voor het Nederlands Elftal maakte tegen Italië. Uiteindelijk heb ik 29 wedstrijden in Oranje gevoetbald.”

Hoe ben je in Noorwegen terechtgekomen?
“Na buitenlandse avonturen in Cyprus bij Apollon Limassol en Bristol Academy in Engeland zat ik een paar maanden zonder club. Mijn manager Leoni Blokhuis (Flowsports) kreeg contact met IL Sandviken en na een proefweek kreeg ik een contract aangeboden.”

En dus voetbal je nu voor het vierde seizoen bij IL Sandviken. Op welke positie?
“Ik speel op het middenveld. maar wel box-tobox. Ik ben dus betrokken bij zowel verdedigende als aanvallende acties.”

Hoe zijn de resultaten van het team?
“De eerste twee jaren waren wisselend. We waren erg verdedigend en eindigden in de middenmoot. Vorig seizoen werden we gedeeld derde en behaalden we de bekerfinale. Op dit moment staan we derde in de competitie en we willen hoger eindigen dan vorig jaar. Onze competitie loopt overigens van maart tot november.”

En persoonlijk?
“Eind maart ben ik geblesseerd geraakt en heb ik een kijkoperatie aan mijn knie gehad, dus ik heb nog niet veel bij kunnen dragen. Maar ik ga er van uit dat ik vanaf nu alles weer kan spelen en hoop dat ik net zo belangrijk word als vorig jaar met assists en hopelijk een paar goals.”

Wat is het verschil met de Nederlandse competitie?
“De Noren leggen de nadruk op het fysieke, terwijl de Nederlandse competitie tactischer is ingesteld. En de verschillen tussen de teams zijn kleiner, iedereen kan van iedereen winnen.”

Weet je al wat je na dit seizoen gaat doen?
“Ik heb nog geen idee. Mijn contract loopt af, dus alles is mogelijk. Ik ben 34 en ik kan nog wel een paar jaar spelen. Maar ik bekijk het van jaar tot jaar.”

Maar naast voetballer ben je ook trainer. Een unieke combinatie.
“Ik ben inderdaad trainer van het damesteam van Fana. Dit team speelt in de Derde Divisie, te vergelijken met Eerste Klasse vrouwen in Nederland. Het bevalt hartstikke goed. Ik heb het UEFA B-diploma en het is leuk om nu al ervaring op te doen als trainer. Ik wil graag met UEFA A beginnen, maar moet eerst toegelaten worden tot de cursus.”

Wat zijn de resultaten tot nu toe (halverwege de competitie)?
“We zijn goed gestart, maar een slechte periode met veel blessures en ziektes zorgde ervoor dat we een aantal wedstrijden verloren. We staan nu zesde (van twaalf teams), maar ik verwacht dat we een aantal plaatsen hoger eindigen.”

Je hebt ongetwijfeld het WK vrouwen gevolgd. Wat vond je van het Nederlands Elftal?
“Ze hebben boven verwachting gepresteerd! De druk was hoog. Dat ze de finale hebben gehaald is echt een topprestatie.

Is het Nederlands vrouwenvoetbal (en ook Europa) in staat om over 4 jaar de VS te verslaan?
“Dat is zeker mogelijk. De jeugdopleiding in Nederland is heel goed, waar in andere landen (zoals de VS) vooral fysiek getraind wordt. De meeste speelsters uit het Nederlands Elftal spelen al in het buitenland waardoor ze fullprof kunnen zijn. Die inhaalslag is al begonnen en zal zich alleen maar doorzetten.”

Zie jij voor jezelf nog een rol in het Nederlands vrouwenvoetbal? Als speler of als trainer?
“Ik wil niet meer spelen in de Nederlandse competitie. Maar als ik me goed ontwikkel als trainer is het uiteraard mogelijk dat ik op een gegeven moment aan de slag ga in Nederland.”

Tekst: Gerrit Tenkink
Foto’s: Astrid M. Nordhaug